Bijstandsverlening inkomensvoorziening Doordat het aantal bijstandsgerechtigden is afgenomen hebben we minder uitgegeven aan de dan begroot. | 159 | V | I |
Kwijtschelding In de raming hadden we rekening gehouden dat het aantal kwijtscheldingsverzoeken in 2025 zou oplopen. Het aantal in 2025 is min of meer gelijk gebleven aan 2024. Dit leidt tot een voordeel. | 38 | V | I |
Minima-beleid De onderbesteding komt door de pilot voor de uitbreiding van het Stadspasaanbod voor kinderen. In de pilotperiode is de begroting incidenteel verhoogd met € 95.000. Mede door de aangescherpte doelgroepbepalingzijn de kosten van het gebruik lager dan verwacht. | 180 | V | I |
Aanpak kinderarmoede Deze onderbesteding is ontstaan doordat is gekozen voor een zorgvuldige voorbereiding en afstemming met het onderwijs, Ouder- en Kindcoaches en maatschappelijke partners. Omdat de middelen in 2026 nog noodzakelijk zijn voor de verdere uitvoering van dit traject, stellen wij voor om € 45.000 aan incidenteel budget over te hevelen naar 2026 | 55 | V | I |
Bijzondere bijstand De uitgaven voor bijzondere bijstand waren in 2025 lager dan begroot. Omdat we statushoudersgezinnen op de Doorstroomlocatie (Diemerdreef) konden plaatsen, is er geen beroep gedaan op de bijzondere bijstand voor inrichtingskosten door statushouders. Deze units waren namelijk al voorzien van inrichting. Pas bij uitstroom naar een vaste verblijfplek zullen die kosten gaan spelen. Dit is naar verwachting in 2026, omdat er in 2025 geen doorstroom heeft plaatsgevonden. Dit zal dus in 2026 ook meer financiële druk geven op het budget. Ook het op gang komen van de ondersteuning vanuit de casushouders toeslagenaffaire heeft geleid tot minder aanvragen bijzondere bijstand dan voorgaande jaren. | 159 | V | I |
Personele lasten In 2025 heeft de gemeente een deel van de personeelskosten ten laste gebracht van specifieke uitkeringen, waaronder de Kindertoeslagenaffaire en de opvang van ontheemde Oekraïners. Dit levert totaal een voordelig saldo van € 196.000 op ten opzichte van de begroting. | 196 | V | I |
Toerekening naar specifieke uitkeringen - Kinderopvangtoeslagaffaire (KOT). Wij hebben € 533.000 meer besteed. Deze hogere uitgaven kennen vier hoofdoorzaken. Ten eerste betreft dit de doorlopende uitvoering van plannen van aanpak die in 2024 zijn vastgesteld, waarvan de financiële verplichtingen pas in 2025 tot betaling zijn gekomen. Ten tweede hebben gewijzigde termijnen en procesoptimalisatie ertoe geleid dat plannen van aanpak met uitsluitend materiële vergoedingen versneld zijn beschikt en uitbetaald. Ten derde is in 2025 een groter aantal plannen van aanpak vastgesteld dan oorspronkelijk geraamd, wat heeft geleid tot hogere trajectkosten. Ten vierde hebben een toename van het aantal inwoners dat ondersteuning ontvangt, een stijging van het aantal bezwaar- en heroverwegingszaken, en tijdelijke vervanging vanwege zwangerschapsverlof geleid tot aanvullende personele en uitvoeringskosten. De verwachting is dat het Rijk deze kosten volledig vergoedt; zie hiervoor ook de baten. - Opvang ontheemde Oekrainers Aan deze Spuk is ten opzichte van de begroting € 107.000 minder besteed. Deze middelen zijn aan de reserve Grondzaken gedoteerd. - Bekostigingsregeling huisvesting vergunninghouders in doorstroomlocaties Ten opzichte van de begroting is € 64.000 meer besteed dan was begroot. Deze kosten vallen binnen de totaal ontvangen uitkering van € 630.000. | -490 | N | I |
Schuldhulpverlening De onderbesteding is een eenmalige meevaller. Oorzaken zijn dat de Kredietbank de kosten niet heeft doorberekend en daarnaast was de inzet van vroegsignalering effectief. Door lichte ondersteuning bij de schuldbulpverlening was er een lagere behoefte aan zwaardere trajecten, dit leidde tot de inzet van minder middelen. | 43 | V | I |
Totaal verschil lasten | 340 | | |